Kom
je
mee naar boven
vraagt
ze
De
lange gang
veel koeler dan de dijk daareven
klinkt beheerst wanneer hun voeten in
de richting van de trap bewegen –
Warmte van de zon ligt
op hun huid
haar
kuiten
stap voor stap
de hielen zand geschuurd
gewreven
voor zich uit
Hij
glimlacht
volgt
de treden
Glaasje wijn?
Ze
raken even in het licht van
glas en vensterraam
beneveld
praten
zwijgend
weten
Schemering
haar heupen fijn
gebogen
in het tegenlicht van lage stralen
avondlicht
de zee verdwijnt
in kleuren paars en helder
blauw
omkranst met
vuur
van rood
en
diepe aarde
stil
ze wacht op
adem
luistert naar
zijn
hunkering
en lacht
verlegen
schroom
haar schouders
laag
gelaten
open voor
vertedering en
warme handen
die met vingers van verliefd
satijn haar zijde
raken
ongebonden fijn
haar
kleedje losser mogen
maken
blauw
op zachte huid
van bruin
verzacht gekleurd
ze snakt
van binnenin naar
lieve adem…
Ze laat zijn hand
betijen
vrijen in de luwte
van
haar grijze haren
voelen
hoe haar hals
zich
geeft
haar
schouders
warmte halen uit
zijn hart dat
raakt wanneer hij dichter
aan haar lichaam
reikt
haar ganse rug
benadert
- wachten
-
aarzelt
hoe de avond
overvalt in
snel
verward
gedachten in
de tijd van later
aarzelt
weer en
lief
geholpen
in een duidelijk
gebaar van
lijnen
geeft ze hem
houvast
ze laat zich
leiden
leert zich laten
glijden
laag
van vlak tot
vlak in laken vol met
slopen
dichter
bolleboos
als kinderen
heel
dicht en
lief bijeen gekropen
luisteren naar
wind
gedroomd van buiten
aan de dijk
Het raam staat
open
ruisen
ver geluid van
tijden
mijmeren
Ze
spant zich
in een boog van
verder
weg
en
Langs de plooien van haar
zachte huid en
warme
vel
verschuift ze
meer
vooruit haar kleine
buik
haar naakte
zijde
duwt zich in de
ruimte
huivert
blijft alleen
en
weet
heel even hoe ze
hem verleidt
tot
reiken
aan haar zachte
dijen
voelen van de
golven
die
ze
lange tijd
gemeden heeft
van spijt
Hij kent haar
lichaam
uit de tijd van
levens
lang
verborgen in
de lagen van
verboden
houden van
De pijn
verdwijnt in
luisteren
in voelen van
in
weten
Ze geeft zich
vrij om
boven op
haar huid zijn hand te
raken
leidt hem in
de dans
en
als ze samen
in een nieuwe gloed vol
romig vuur en
dicht
geborgen
prevelen in zinnen
van genoegen
wacht
dan
weet ze
zacht hoe veilig hij
zijn hand
beroert
in ’t glijden van
haar dijen
huilt ze
voedt hem
voert de man als
dronken van genoegen
houdt van hem
en huivert
stuitert
in de golven van
ontroering
die
in ’t diepste
van haar
buik
haar liezen
hoger
dan
haar meisjes
hart
haar vrouw
haar
ziel beroeren
hoog en
zachter
broos
gevoelig
stil
Ze luistert naar
zijn adem
heet van
voelen
fluistert
met haar zoute
lippen in de aders van
zijn handen
op haar arm
Dag lieve man
bedankt
ik geef je
tijd
tot later